Carausius

 

De politieke ongeregeldheden die het Romeinse rijk in de 3de eeuw teisterden, hadden slechts weinig effect in Brittannië. Het eiland was echter niet volledig ontsnapt aan de gevolgen van de steeds afnemende Romeinse macht.

Bij de aanvang van Diocletianus' heerschappij, in 284, krioelden de Noordzee en het Kanaal van Frankische en Angelsaksische piraten. Om aan deze toenemende dreiging te weerstaan, werd de Romeinse Kanaalvloot, de Classis Britannicus, versterkt.

Deze vloot was reeds vanaf de 1ste eeuw in het Kanaal aanwezig. Boulogne was waarschijnlijk de vroegste thuisbasis, maar later blijkt deze vloot permanente bases te hebben gehad in Dover (DVBRIS) en Lympne (LEMANIS).

Diocletianus' ambtsgenoot, Maximianus, benoemde M. Aurelius Mausaeus Carausius tot nieuwe "admiraal" van de Classis Britannica. Zo verscheen aan van de meest merkwaardige persoonlijkheden uit de vroeg-Britse geschiedenis ten tonele.

Carausius werd door de Romeinse historici beschreven als een inwoner van de Romeinse provincie GALLIA BELGICA, meer bepaald van bescheiden Menapische afkomst. De Menapiërs waren een zeevarend en handeldrijvend volk, dat woonde langs de monding van de Schelde en in de Rijndelta. Ze hadden zich ook gevestigd op verschillende plaatsen in Noord-Frankrijk en aan de Britse en Ierse kust, zodat Carausius, hoewel "Menapiae Civis" toch eventueel in Brittannië kan geboren zijn. De geboortedatum van Carausius is zelfs bij benadering onbekend.

Van jongsaf aan was hij zeeman, later gids en aansluitend een eminent soldaat onder Maximianus. Zijn militaire gaven, gecombineerd met zijn vakkundigheid als zeeman zorgden ervoor, dat hij in 284 gekozen werd om de vloot, gestationeerd te Gesoriacum, het huidige Boulogne, te commanderen. Zijn opdracht was om de zee te zuiveren van Frankische en Saksische piraten. Als de man van het volk en als geboren leider verkreeg hij de loyaliteit en misschien zelfs de affectie van diegenen over wie hij het bevel voerde.

Al heel vlug begreep hij welke macht zijn positie inhield en welke mogelijkheden daardoor geboden werden om zichzelf te verrijken. De historici schrijven dat hij wist dat de rooftochten op de kuststeden en dorpen uitgevoerd werden, maar in plaats van de piraten te vernietigen, liet hij begaan. Als de plunderaars, overladen met hun buit terugkeerden, overviel hij hen en hield veel van de buit voor zichzelf en zijn onderdanen, bij wie hij nog populairder werd. Weinig of niets werd teruggegeven aan de ongelukkige eigenaars. 

Toen Maximianus in kennis gesteld werd van deze praktijken, gaf hij onmiddellijk het bevel om Carausius aan te houden. De doortrapte zeeman, die maar al te goed wist wat zijn lot zou zijn en die bovendien geloofde dat de gehechtheid van zijn mannen zijn veiligheid zou garanderen, keerde zich tegen de keizer, zodat de zaak een ongunstige wending nam voor Maximianus. Carausius nam zijn vloot met krijgers en verdween richting Brittannië.

Historici zijn het er niet over eens op welke wijze hij de Britse volksstammen overwon, maar in elk geval moet dit op een efficiënte manier gebeurd zijn, waarna hij zijn positie vlug versterkt heeft.

Als de overlevering juist is, landde hij niet aan de zuidkant van Brittannië, maar zeilde het kanaal af tot in de Ierse Zee om vervolgens in de baai van Morecambe in het huidige Westmoreland aan wal te gaan. Eenmaal een basis opgericht, nam hij contact met de Picten en de Schotten om vriendschappelijke banden te smeden. Hij vroeg ondermeer hun medewerking om het Romeinse bewind omver te werpen. De noordelijke volkeren waren uiteindelijk akkoord om te helpen onder voorbehoud dat elk verraad of ontrouw, komend van de tegenpartij, verholpen moest worden. Een overeenkomst werd bereikt en Carausius' troepen en zijn geallieerden trokken zuidwaarts. Nabij York ontmoette zijn leger de troepen van de Romeinse gouverneur Quintus Bassianus en hij overwon, grotendeels te danken aan het feit dat het Britse contingent, toegevoegd aan Bassianus' leger, weigerde actief deel te nemen aan het gevecht. De Britse lichtingen verlieten de Romeinse slagorde en trokken zich in formatie terug op enkele nabijgelegen heuvels, waardoor Bassianus' troepen, ontdaan van flankbescherming, snel moesten inbinden. Bassianus en Hirtius, de "Procurator Caesaris", werden gedood tijdens deze zware nederlaag. Op deze wijze vernietigde Carausius zijn voornaamste tegenstander die zijn verovering van de provincie tot dan toe in de weg stond. Hij marcheerde naar London en riep in het jaar 287 zichzelf tot keizer uit. Dat zijn heerschappij zich uitbreidde, zowel in de noordelijke gebieden als in het zuiden, wordt bewezen door een mijlsteen gevonden bij Carlisle in 1894 waarop volgende inscriptie staat: "IMP C M AVS CARAVSIO P F INVICTO AVG". Deze steen werd later omgedraaid en opnieuw gebruikt door een latere keizer, zodat op de andere zijde staat "FL VAL CONSTANT - O NOB CAES", misschien verwijzend naar Constantius Chlorus, die het eiland terugbracht onder één centraal bestuur, of (minder waarschijnlijk) naar diens zoon, Constantijn de Grote.

De nadruk moet gelegd worden op het feit dat de details in verband met Carausius' landing en de daarop volgende operaties niet afkomstig zijn uit eigentijdse bronnen, maar wel uit de werken van twee Schotse kroniekschrijvers, John of Fordun en Hector Boethius, die respectievelijk schreven in de 14de en 15de eeuw. Deze en andere bronnen in verband met Carausius' verleden worden uitgebreid behandeld in "Reign and Coinage of Carausius" door Percy H. Webb (Numismatic Chronicle, 4th series, Vol. VII, 1907 en uitgegeven als een afzonderlijk werk door Spink & Son, Ltd., 1908).

Eenmaal heer en meester in Brittannië en in een deel van Noord-Gallië begon Carausius muntwerkplaatsen op te richten. Eerst te London en later te Colchester. Nog later, voor een beperkte tijd te Rouen. Misschien heeft hij ook munten laten slaan te Rutupiae (Richborough), maar daarover bestaat nog enige twijfel. Hij liet munten aanmaken in goud, zilver en koper. De gouden munten zijn altijd volgens de regels van de kunst qua stijl maar variëren in gewicht. de zilveren munten, waarvan in vergelijking slechts weinig exemplaren tot ons zijn gekomen, zijn variabel, zowel wat stijl en kwaliteit van het metaal betreft. De latere stukken zijn in elk opzicht veel beter dan de eerste emissies.

Een lijst van Carausius' munten kan men vinden in "Roman Imperial Coinage" door Mattingly en Sydenham, Vol. V, Part 2. In totaal worden er 1097 munten beschreven. Het moet echter gezegd dat er door middel van metaaldetectoren nog heel wat vondsten van Carausius-munten aan toegevoegd kunnen worden. Deze omvatten nog heel wat ongepubliceerde munten, zodat het werkelijk aantal types heel wat hoger ligt.

De merktekens op Carausius' munten zijn talrijk en zeer gevarieerd, net zoals de voorzijde-legendes en afbeeldingen. Ze komen voor in de afsnede op de keerzijde van de meeste munten. De geldstukken, geslagen te London, bevatten meestal een "L" als muntmerkteken, die van Colchester meestal een "C". Soms treft men ook munten aan zonder deze overduidelijke determinatiekenmerken en toch kan men aan de stijl van de beeldenaar het atelier toewijzen.

 

London

 

Colchester

De met "RSR" gemerkte munten, meestal denarii, maar ook enkele aurei en antoniniani, worden gewoonlijk toegeschreven aan London, maar er is een andere mogelijkheid die zich bijna vanzelf opdringt, namelijk dat dit merkteken toegewezen moet worden aan Rutupiae, het huidige Richbourough. Een finale oplossing voor dit probleem is er nog steeds niet.

De munten geslagen te Rouen (Rotomagus) zijn meestal ongemerkt. De merktekens "R", "OPR" en vele barbaarse varianten schijnen vast en zeker in verband te staan met een reeks, zo apart in stijl, dat ze onmogelijk van een Brits atelier kunnen afkomstig zijn. Het portret van de keizer is smal en conventioneel en daardoor duidelijk te onderscheiden van de zwaarlijvige, ruige, met dikke nek afgebeelde Carausius van de Britse ateliers. De letters zijn schraal en de legendes veelvuldig voorzien van flaters. De toeschrijving van deze munten aan Rouen is overduidelijk na een grote muntvondst in die stad, enkel en alleen samengesteld met dergelijke munten. Bovendien werden over heel Noord-Frankrijk dergelijke munten aangetroffen, terwijl ze slechts sporadisch in Britse vondsten voorkomen.

Aanvullend bestaan er nog vele munten die absoluut geen muntmerktekens hebben. Het betreft dan waarschijnlijk ook barbaarse uitgiften van London, enkele van Colchester en klaarblijkelijk ook barbaarse exemplaren. 

 

Barbaarse imitatie van een Antoninianus van Carausius

Het betreft hoofdzakelijk antoniniani, maar ook enkele denarii, naar alle waarschijnlijkheid afkomstig uit London. Bij deze categorie treft men ook nabootsingen aan van munten van vroegere keizers zoals Postumus (260-268) met de munt legendes HERC DEVSONIENSI, een munt, gewijd aan de verering van Herculus, geslagen te Deuso, het hedendaagse Deutz, op de rechter Rijnoever nabij Keulen. Gezien Carausius nooit aanspraak op dit gebied gemaakt heeft, kan men enkel stellen dat hij het succes van zijn eigen opstand aan die van Postumus, 30 jaar eerder, wou koppelen.

Bij geen enkel ander munttype onder Carausius is het aantal zo groot als bij de antoninianus. Dit komt door de vele verschillende combinaties van voorzijde en keerzijde types en legendes, muntmerktekens en merktekens in linker en rechter veld. De meest voorkomende antoninianus van Carausius is zonder enige twijfel het "PAX AVG"-type, waarop Pax afgebeeld wordt met een diagonaal vastgehouden scepter. Dit geldt zowel voor Londen als voor Colchester.

"

"PAX AVG"-type

Op sommige munten treft men een meervoudsvorm AVGGG aan, wat aantoont, dat Carausius het muntwezen gebruikte om te beweren dat hij door Diocletianus en Maximianus als collega werd beschouwd.

  

Meervoudsvorm AVGGG

Carausius liet ook munten slaan ter ere van bepaalde legioenen die niet onder zijn bevel stonden zoals het legioen I Minervia te BONNA, het huidige Bonn en het XXII Primigenia legioen te Mogontiacum, het hedendaagse Mainz. Op deze wijze probeerde hij legioenen als het ware het hof te maken om die zodoende voor zijn politiek te kunnen winnen, iets wat hem in geval van gebiedsuitbreiding ten goede zou kunnen komen. Deze methode werd voordien reeds toegepast door Victorinus (268-270). Bovendien hernam Carausius dezelfde themas.

 

Leeuw van LEG IIII FL

Alkoewel Carausius heer en meester was in Brittannië, kon hij toch niet onbetwist regeren. Gedurende de winter van 288 had Maximianus een grote vloot samengebracht in de rivieren van de Lage Landen. Begin 289 werd een poging ondernomen om het eiland binnen te dringen. Carausius had echter zo een aanval verwacht en had voorbereidselen getroffen om deze te beantwoorden. Tot overmaat van ramp kwam Maximianus' vloot in een storm terecht, zodat Carausius' krijgshaftige manschappen ervoor zorgden dat de inspanningen van het centrale gezag vruchteloos waren. Waar en wanneer Maximianus' vloot verslagen werd is onzeker. Maximianus was nu verplicht om vrede te sluiten met Carausius. Deze laatste mocht zichzelf nu mede-keizer noemen. Het is aannemelijk dat Carausius, na de vrede van 289, een muntatelier vestigde te Rouen.

De vrede van 289 levert ons het enige zekere numismatische feit van Carausius' bewind. Hij begon met de uitgifte van munten met keerzijdelegendes als PAX AVGGG, VIRTVS AVGGG enzovoort,verwijzend naar de drie Augusti: Diocletianus, Maximianus en Carausius.

 

PAX AVGGG

Het is mogelijk om een voorzichtige indeling te maken van de vroege aanmuntingen in verschillende periodes. Veel van de eerste munten zouden waarschijnlijk géén verwijzingen naar een atelier bezitten. 

 

Antoninianus zonder verwijzing naar een atelier

Munten, voorzien van het merkteken "ML" zouden uit het jaar 288 kunnen dateren, gevolgd door munten die ook letters vertonen in het veld op de keerzijde. De munten, geslagen na de vrede van 289, zijn gewoonlijk groter dan de vroegere exemplaren en het waarde-merkteken "XXI" komt reeds op enkele munten voor. De waarde-aanduiding "XXI" op antoniniani werd reeds door Aurelianus (270-275) toegepast. Er zijn vele theorieën vooropgesteld om een verklaring te geven voor deze waarde-aanduiding. De meest logische is, dat één antoninianus de waarde had van 1/20 van een aureus.

 

"MLXXI" London

De voornaamste nieuwigheid voor Carausius was de uitgifte van zilveren denarii. De vervaardiging van denarii was reeds gedurende bijna vijftig jaar stilgelegd in Europa, gezien de grote inflatie die de derde eeuw kenmerkte. Aanvankelijk waren ze qua stijl en kwaliteit pover, maar ze werden langzaam beter op gebied van zilvergehalte en vervaardiging. Waarschijnlijk zijn deze denarii met goede legering niet uitgegeven na 290. Het opnieuw aanwakkeren van de handel en andere gemeenschappelijke zaken met Gallië, waar weinig of geen zilver circuleerde, zou al heel vlug het eiland draineren van de zilvervoorraad. Carausius of zijn gezanten hebben ervoor gezorgd, dat deze eenzijdige negatieve handel niet kon gebeuren door de aanmunting in zilver te stoppen. Later zou blijken, dat Carausius hier in feite de basis heeft gelegd voor een nieuw munttype, namelijk de argenteus, die door Diocletianus en Maximianus tijdens hun grote monetaire hervorming in 296 in het leven werd geroepen.

Er zijn geen documenten bekend in verband met de voorwaarden van het vredesverdrag tussen Carausius enerzijds en Diocletianus en Maximianus anderzijds. Het is zelfs niet zeker of er een formeel verdrag werd opgesteld, maar Carausius maakte gebruik van een overeenkomst om munten te laten slaan, niet alleen met AVGGG op de keerzijde, zoals reeds vermeld, maar vooral een serie munten, die verkondigen dat hij officieel als collega aanvaard wordt. Het beste voorbeeld is een antoninianus van Camulodonum met de legende "CARAVSIVS ET FRATRES SVI". De voorzijde vertoont de bustes van de drie keizers, broederlijk naast elkaar.

Aanvullend heeft Carausius ook een uitgebreide serie munten laten slaan voor elk van zijn "collegas" met hun portret. De munten uit deze reeks vertonen dus ook expliciet de naam Maximianus of Diocletianus. Uit de voorzijde-legende is af te leiden dat deze munten door Carausius geslagen werden, tenzij misschien uit de stijl, die iets of wat vreemd overkomt. De keerzijde vertoont meestal de meervoudsvorm AVGGG, alhoewel dit niet altijd zo is. Het muntatelier is hier dus de determinerende factor.

 

Antoninianus geslagen door Carausius te Camulodonum op naam van Diocletianus

De vrede van 289, waarvoor Carausius deze muntenreeks liet aanmunten, werd echter niet lang gerespecteerd. Het is zelfs meer dan waarschijnlijk dat Diocletianus en Maximianus nooit de intentie hadden om deze situatie langer dan noodzakelijk vol te houden. Het is een feit, dat Boulogne, in 292 Carausius' bolwerk in Gallië, het daaropvolgende jaar door Constantius Chlorus belegerd werd.

Constantius was de nieuwe aangestelde "Caesar" of wettig bestempelde erfgenaam van Maximianus. Hij heeft de herovering van Brittannië en de daarbijbehorende terugkeer onder het centrale bestuur als zijn eerste prioriteit beschouwd. Boulogne bleek oninneembaar te zijn, zolang de verbinding met Brittannië intact bleef. Om dit te beletten liet Constantius een palissade optrekken voor de ingang van de haven en belegerde het garnizoen. Het gevolg was dat de stad moest vrijgegeven worden. Zo verloor Carausius zijn houvast in Gallië. Dit kon echter niet beletten dat hij heer en meester bleef in Brittannië. In 293 kwam er echter een bruusk einde aan zijn zeven jaar durende alleenheerschappij over Brittannië: Carausius werd vermoord door of in opdracht van zijn minister Allectus, die hem opvolgde en wist stand te houden tot in 296, het jaar waarin Constantius Chlorus het eiland weer onder het centraal gezag bracht.

Bronnen:

* The coinage of Roman Britain by Gilbert Askew, Seaby's Numismatic Publications, reprinted 1967.

* La Vie Numismatique, Alliance Européenne Numismatique, Mars 1989, N° 3 Carausius (287-293) un empereur "Belge" par M. Thys.

* Roman coins and their values. David R. Sear. 4th Revised Edition, 1988. Seaby.

* De Romeinen tussen Rijn en Maas door T. Bechert, De Bataafse Leeuw.

Vertaald en bewerkt door Marc De Cock

 

Back to Carausius
Page copy protected against web site content infringement by Copyscape
Copyright © 2004 Marcantica.
All rights reserved.
Last update: 11 oktober 2005 .